'n
Halve eeuw geleden
Veenwoudsterwal
Vanouds
een wereldje apart (1979)


Er
zijn van die plekjes in Friesland waar je, dicht bij
drukke verkeerswegen en grotere plaatsen, ineens in een oase van
rust belandt, met een verrassende Iandelijke sfeer en charme.
Een
van die plekjes is het kleine Veenwoudsterwal, vlak bij Veenwouden.
Officieel wordt het de Iaatste tijd tot een onderdeel van dat dorp
gerekend, maar in werkeIijkheid is het toch al vanouds een wereldje
apart, dat door de bevolking ook altijd nog als een ‘eigen
dorpje’ wordt beschouwd.
Veenwoudsterwal
(in bet Fries Feanwâldsterwâl) is ontstaan als een veenkolonie van
Gieterse doopsgezinden. Onder Gietsersen verstond men destijds
inwoners van Giethoorn en andere plaatsen uit de kop van Overijssel
die na Ca. 1750 als veenbazen en arbeiders naar Friesland kwamen. In
Veenwoudsterwal stond hun Vermaning (doopsgezinde kerk) aan de
straat van de foto (thans ‘De Wal geheten), maar dan een flink
stuk meer naar Veenwouden toe, de richting van waaruit het plaatje
gemaakt is. Thans staat daar een boerderijtje van een
veekoopman-boer.
Opvallende
details in de foto van een halve eeuw geleden zijn wel de leverantie
van zakken meel bij de bakker, de houten ophaalbrug daar tegenover
en de weerspiegeling in het water die de foto zo’n fraai effect
geeft. En natuurlijk de naar de fotograaf kijkende mensen.
In
het huis helemaal rechts was toen de bakkerij van Jouke de Vries
gevestigd. Die bakkerij is in 1962 opgeheven, waarna er door de
familie De Vries nog een tijdlang een kruidenierswinkel in het pand
is gehouden. Jouke de
Vries
is inmiddels overleden. Het huis staat er nog precies zo en wordt
thans bewoond door de vrouw van de bakker, mevrouw Pytsje de
Vries-van der Heide (80), in de buurt overal beter bekend als Jouke
Pytsje. Ze weet zich van vijftig jaar geleden nog veel te herinneren
en herkent zich zelf in de vrouw die midden op de weg staat met een
kleedje over de arm.
De
persoon geheel rechts op de foto is haar man en de man daarnaast
is een van de twa feinten van de bakkerij. De man met de hoed op,
achter de vrachtauto, is Geert Roosma, een handelaar in bakkerswaren
uit Dokkum, die toevallig op dat moment daar was. De man aan de
wegkant naast de auto (toen, in de tijd nog van paard en wagen, wel
zeer modern vervoer) moet de bezorger van het meel uit
Zwaagwesteinde zijn.
Dat
meel kwam rechtstreeks van de molen’, aldus mevrouw De Vries, maar
we kregen ook wel eens meel van de fabriek uit Leeuwarden. Aan het
brood werd toen van alles gedaan om het zo goed en lekker mogelijk
te maken. We maakten van alles:
gewoon brood, sjerpboltsjes, sûkerboltsjes, krenteboltsjes,
oranjekoeken en nog wel meer. Vooral die sûkerboltsjes vielen toen
reusachtig in de smaak. Met Sinterklaas hadden we ook sûkertaeikoekjes.
Die kostten dertien cent per pakje. Daar moet je nu wel een daalder
voor betalen. Een wittebrood kostte in 1929 'n cent of achttien.
Maar het begon toen al een heel andere tijd te worden.
Herberg
Halfweg
Er waren destijds in Veenwoudsterwal onder andere drie bakkerijen,
drie herbergen en een slagerij. Aan bet eind van De Wal, niet meer
op de foto, stond de herberg 's Lands Welvaren Halfweg! Men was daar
namelijk precies op de helft van de route Dokkum-Leeuwarden. De
hoofdweg was er toen nog niet. Alles moest binnendoor. Er was in die
tijd ook nog flink wat scheepvaart. Men had bijvoorbeeld de eigen
beurtschipper Wybe Klazes van der Veen en er waren turfschippers,
onder andere Minne van der Wal. De flapbrege moest nogal eens op en
neer en er waren verder veel barten (Ioopplankbruggetjes) over de
vaart.
De
flapbrug op de voorgrond is vervangen door een vaste betonbrug met
strakke lage ijzeren leuningen. Erover komt men in De Streek, een
straat met nieuwbouw. Over het water zijn verderop ook vaste
betonnen of houten bruggetjes gekomen. Oe weg is vernieuwd en
verbreed en er is een stevige rechte walbeschoeiing gemaakt. Het
water vormt de scheiding tussen de gemeenten Dantumadeel en
Tietjerksteradeel. Rechts moet men voor gemeentelijke zaken naar
Driesum,
links
naar Bergum. De paal van het electriciteitsnet is niet uit het beeld
verdwenen. Rechts krijgt men op het eerste stuk de stroom aI wel via
ondergrondse leidingen, maar verderop en ook links gaat het nog
bovengronds. Diepriolering staat voor De Wal nog op het programma.
Mevrouw
De Vries heeft haar hele Ieven in Veenwoudsterwal gewoond. Ze houdt
van haar dorpje en kan zich in veel dingen van
onze tijd wel schikken. Maar ze vond het vroeger toch gezelliger dan
tegenwoordig. Je had veel meer contact met elkaar. Ze zegt: Gelukkig
zijn de mensen hier net als vroeger nog wel bijzonder eensgezind’.
Het schijnt gezond Ieven te zijn in Veenwoudsterwal, want men vindt
er veel mensen van hoge Ieeftijd. Mevrouw De Vries: Tachtig jaar is
hier heel gewoon. Daar zijn er 'n heleboel van. Maar ze zijn er ook
wel van boven de negentig.
HARRY
DROST
Fan
fryske groun 1979
We gaan even terug in de tijd!!!!!
We schrijven het jaar 1964, uitzending van Vara was
woensdag 29 december 8.45 uur Bouke en Maaike Westra van
Veenwoudsterwal (de streek) zongen de sterren van de hemel.
HET
EINDE
VAN
HET LIED
Nederland
2, 9.50
uur
Vanavond
wordt een programma herhaald dat de VARA eerder uitzond rond
Kerstmis 1964. In dit programma zien we Ate Doornbosch bezig met
zijn fascinerende beroep en hobby bijkans uitgestorven
volksliedjes op de band vast te Ieggen.
Door
de in deze eeuw razendsnel opgekomen mechanische geluidsreproduktie
is het zingen, ook in de meest afgelegen plattelandsstreken snel
achteruitgegaan. En daarmee raakte ook een schat aan volksliedjes
verloren. Balladen zoals De ruiter en het meisje, het middelpunt van
deze uitzending, die eeuwenlang gezongen werden verdwenen. Het is
dus zaak de mensen die nog iets van
de oorspronkelijke rijke Nederlandse volksliederenschat kennen,
snel op te zoeken. Te meer omdat de kenners vaak de leeftijd van
do zeer sterken hebben bereikt.
Pier
Tania, aangeraakt door de bezetenheid van Ate Doornbosch
om deze Iangzaam vervagende liederen op band vast te leggen, is
destijds een paar dagen met hem opgetrokken. Het programme word
opgenomen in de Friese Wouden, in oostelijk Friesland, waarvandaan,
voor de komst van landbouwmechanisatie, veel Iandarbeiders naar het
Groninger Hogeland trokken.
Een
aardige bijzonderheid: Het eind van het lied wordt ingezonden naar
het festival voor Volksmuziek en Folklore
dat wordt gehouden 1 tot met 7 oktober in de ierse hoofdstad
Dublin.
"
Hynsteman" Auke de Wal, in eigen stijl naar rustplaats

De bode's Ytsma
(vooraan) van De Wâl en Van der Ploeg uit Oostermeer, begeleiden
paard en wagen; een ouderwets plaatje.
Na een rouwdienst
in de Doopsgezinde "fermoanje" werd zaterdagmiddag rond
twee uur (grutte) Auke de Wal van Zwartkruis bij de Zwemmerbrug van
Noordbergum, in stijl van paardeman/strohandelaar naar het oude
kerkhof te Veenwouden gebracht door een grote schare familieleden,
kennissen en handelsrelaties.
Met paard en
boerenwagen maakte de 91 jaar geworden De Wal z'n laatste gang,
geheel in stijl zoals hij dat passend had gevonden, aldus de familie
van Veenwoudsterwal, waarvan ook de overledene afkomstig was.
Naast z'n handel in
agrarische artikelen, was hij een groot paardenliefhebber, hetgeen
in z'n oude woning aan het water de Zwemmer, dan ook niet onder
stoelen of banken werd gestoken; vele afbeeldingen sierden de
wanden.Ook de Eestrumer muziekver. "Joost Wiersma" droeg
hij een warm hart toe; hij was daarvan dan ook ere-lid.De Wal was
wars van moderne gemakken, gas en electra waren in z'n eenvoudige
woning dan ook niet te vinden.Luxe e.d. waren niet favoriet, hij
leefde eenvoudig en dicht bij de natuur, op z'n eigen stekkie onder
bij de brug
"
Hynsteman" Auke de Wal
Even
terug in de tijd
De
heer en mevrouw Van der Leest voor hun honderd jaar oude woning in
Veenwoudsterwal, het dorp waar de heer Van der Leest zijn hele leven
heeft gewoond.
Bij
Coöperatieve Condensfabriek
Jacob van der Leest
bewaakt muizenstand
VEENWOUDSTERWAL-LEEUWARDEN
Hij wordt wel ,,De muizenvanger van de Condens” genoemd, de heer
Jacob van der Leest (62). Dit eigenlijk tegen de zin in van zijn
echtgenote Jantje, die vreest dat een dergelijke betiteling wel eens
tot scheldnaam gemaakt kan worden. Haar man is daarvoor echter niet
zo bang, temeer daar bedoelde omschrijving niet juist is. Immers,
hij vangt geen muizen, maar controleert de ongeveer 400 over het
bedrijf verspreid staande kistjes met muizengif verwijdert de door
hem aangetroffen dode en verdroogde trippelaars. Gedurende de
laatste vijf jaar vormde dit een aanzienlijk deel van zijn
werkzaamheden. In januari gaat de heer Van der Leest met vervroegd
pensioen.
Vanaf mijn veertiende heb ik altijd bij de boer gewerkt, maar die
hield er mee op. Dat was twintig jaar geleden. Ik wilde toen wél
eens wat anders gaan doen en kon in de fabriek komen, bij de
Condens, in de ploegendienst. Maar dat beviel me niet zo goed en
toen ben ik er voor een week of negen tussen uit geweest. Bij een
houtfabriek, maar dat voldeed me ook niet. En toen heeft m'n vrouw
een brief naar de condens geschreven en daar kon ik meteen weer
komen. Eerst in kisten sorteren, auto’s lossen en al dat soort
dingen meer.”
Naast zijn muizenissen hield hij zich de laatste tijd ook bezig met
het onderhoud van de bij de fabriek gelegen groenvoorzieningen en
het schoonhouden van de fabrieksterreinen.
Verbrandingsoven
Zoals gezegd rende de heer Van der
Leest niet achter de kleine trippelaars aan, die grote schade zouden
aanrichten onder de CCF-produkten, wanneer aan hun aanwezigheid geen
paal en perk gesteld zou worden. De meeste van de verdroogde
muizenlijkjes vindt hij overigens niet terug, zo blijkt uit zijn
woorden. De diertjes eten van het gif en gaan weer verder. Om te
sterven treken ze zich veelal terug. De circa vierhonderd dozen zijn
vi
jftien centimeter hoog en zo groot als forse sigarenkistjes. Twee
gaten, aan weerszijden vormen in- en uitgangen. Gaan de beestjes
erin, dan staat hun haver met slaolie en vergif te wachten, per week
treft de heer Van der Leest her en der z
o ongeveer tien dode muizen aan. Deze gaan naar de verbrandingsoven.
Het
werk bij ,,Onderhoud” beviel hem uitstekend. Dit komt met name
door de vrijheid die hij genoot. Een vrijheid die vanaf januari
helemaal zal kennen. Wat hij met zijn tijd gaat doen? ,,In onze tuin
en tuintjes van anderen werken. En ik mag graag vissen, snoeken.”
ook zijn echtgenote Jantje toont zich ingenomen met de vervroegde
pensionering van haar man:
,,Als we gezond blijven, ja, dan vind ik het prachtig. En Jaap kan
me ook gerust in het huishouden helpen. Haar man beaamt en noemt met
name het op het programma staande verven. Vorig jaar schilderde hij
hun honderd jaar oude voormalige boerderijtje wit.
Nu
komt het interieur van de aan De Streek gelegen knusse woning aan
bod. Zo worden de thans licht geschilderde balken donkerbruin
gemaakt. De voormalige twee bedsteden, waarin nu de meterkast en een
kledingkast zijn gefabriceerd, werden door schoonzoon Oege Dijk in
Hindelooper stijl beschilderd. Reeds drie en dertig jaar woont het
echtpaar in het huisje, dat destijds voor f 1800 werd gekocht. Er
hoorden ook twee naastgelegen bouwterreinen bij. Op één daarvan
(op de foto links) wonen dochter Sijtske met man en twee kinderen.
Dit tot vreugde van ,,Pake en Beppe Van der Leest”, Mevrouw van
der Leest oorspronkelijk afkomstig uit Broeksterwoude, houdt haar
man voor: ,,Je moet in ieder geval niet gaan stilzitten.” Ook zij
weet echter, dat hij een van de Iaatsten zal zijn om dat te doen.
bron:
leeuwarder courant
Even
terug in de tijd, we schrijven 2 september 1977
Op de
foto de twee redders gehuldigd te Driesum 2 september 1977
van links naar rechts Jappie van der Land te Veenwoudsterwal,
Wopke de Jong te Veenwousterwal, Sake van der Leest te
Zwaagwesteinde
en Burgemeester Ebele Talstra
Wopke de Jong heeft op
3 December 1976 's avonds om ruim elf uur, de toen 19 jarige Jappie
van der land in bewusteloze toestand uit de auto gehaald, waarmee
hij kort tevoren op de kop in de vaart in zijn woonplaats
Veenwoudsterwal was terecht gekomen. Sake van der Leest had daarna
mond-op-mond-beademing toegepast
Hoewel de toestand van de Jappie van der land geruime tijd zeer
ernstig is geweest, kon hij nu weer de huldiging van de beide
redders bijwonen. De toenmalige Burgemeester Ebele Talstra vertelde,
dat tal van anderen ook meegeholpen hadden. Dat waren vader en zoon
Klaas en Daniël de Vries, Jan, Geert en Pieter de Vries en Foeke
Hietkamp, allen in deze omgeving woonachtig, plus Henk Elzinga van
Zwagerbosch en Hendrik Postma van Veenwouden
Echtpaar Ytsma deelt 65 jaar
lief en leed
Even terug in de tijd
maandag, 28 oktober 2002, Regio
Veenwoudsterwal – ,,Wij zagen meteen wat in elkaar’’,
vertelt de 86-jarige Elizabeth Ytsma-Postma uit Veenwoudsterwal.
Vandaag is ze 65 jaar getrouwd met Alle Ytsma (87). In café hotel Dûke
Lûk in Veenwouden vieren ze hun feest samen met negen kinderen,
negentien kleinkinderen en vijf achterkleinkinderen.
Elizabeth ontmoette Alle toen ze zestien was. Hij was boerenknecht
bij de buren van haar zus, die toen al was getrouwd. ,,Ik kwam daar
vaak. Ik herinner me nog goed dat we elkaar plaagden met
water.’’
Elizabeth en Alle trouwden 65 jaar geleden in Damwoude. Na hun
huwelijk verhuisden ze naar Opeinde bij Drachten. Alle bleef werken
bij de boer. Zijn weekloon was twaalf gulden. En daar ging twee
gulden en een kwartje huur vanaf. Ruim had de familie het niet. De
krant, het Friesch Dagblad , kregen ze van de buren.
Mevrouw Ytsma herinnert zich de oorlogstijd nog als de dag van
gisteren. Ze denkt er nog elke dag aan. Vooral de laatste
oorlogsmaanden waren erg dreigend. In de buurt van Opeinde werden
destijds verschillende razzia’s gehouden. Hierbij werd onder
anderen een kleine jongen doodgeschoten. Omdat het in Veenwousterwal
veiliger was, trokken Elizabeth en Alle tijdelijk in bij de ouders
van Elizabeth. Haar moeder had nog een kamer over met twee
bedsteden, waar het gezin verbleef. Alle en Elizabeth hadden toen
drie kinderen.
Snel na de oorlog in 1946 kocht de familie het huis aan De Wal in
Veenwoudsterwal waar ze nog steeds wonen. Tot 1957 bleef Alle
boerenknecht. Dat werd toen te zwaar. Nadat de familie Faber van het
haardenbedrijf, in het dorp kwam wonen, werd Alle daar klusjesman.
Elizabeth droeg de zorg voor het huishouden en de negen kinderen. Ze
hebben drie dochters en zes zonen.
Lezen is een favoriete bezigheid van de vrouw. Als haar man de afwas
doet, vermaakt ze zich met Friese boeken, streekromans en
verzetromans. Alle kan zich niet zo zetten tot het lezen van een
boek. Via de blindenbibliotheek luistert hij naar cassettebandjes
waar de boeken op ingesproken zijn. Luisteren doet het echtpaar ook
naar kerktelefoon op zondagochtend. Geloof is het belangrijkste in
het leven, zegt Elizabeth Ytsma. Het echtpaar is lid van de
gereformeerde kerk in Veenwoudsterwal.
De televisie kan hun weinig schelen. Naast nieuws kijken, luisteren
ze op zondagochtend graag naar zangprogramma’s. Het doet hen
denken aan de tijden dat ze zelf lid waren van het koor van hun
kerk. Elizabeth is daar 46 jaar lid van geweest, Alle 48 jaar.
Het grootste geluk van het echtpaar is hun gezin.
Bron: Friesch Dagblad
|